Het Müller-orgel
In 1680 werd het eerste orgel van De Waalse Kerk in Amsterdam geleverd door de Gentse orgelmaker Nicolaas Langlez. De kas, gedateerd 1680, en enkele registers van dit orgel zijn nog bewaard gebleven. Al snel bleek dat het orgel niet voldeed aan de verwachtingen, want in de daaropvolgende jaren werd er veel aan gesleuteld. Uiteindelijk kreeg Christian Müller, die het orgel vanaf 1722 onderhield, in 1733 de opdracht om een compleet nieuw orgel te bouwen, dat al in 1734 werd opgeleverd.
Müller voerde uitgebreide innovaties door aan het instrument: hij vernieuwde de windladen, het mechaniek, de klavieren en de windvoorziening. Het orgel kreeg een zelfstandig pedaal, waarvoor Müller een nieuwe kas bouwde achter het hoofdwerk, bovenop het balgenhuis. Om het pedaalwerk voldoende 'uitspraak' te geven maakte hij een luik in de zoldering van de kas, dat met een touw te bedienen was. Bij de restauratie van 1965 werd dit mechaniek in zijn oorspronkelijke staat hersteld.